Vlak na de 2e wereldoorlog ging ik, als kleine jongen, vaak samen met mijn vader de Zuid-Hollandse polder in, om de natuur op doek vast te leggen. Door studie en carrière is het er daarna niet meer van gekomen. Maar na mijn pensionering heb ik deze draad weer opgepakt. Met wat hulp van o.m. Bard Sloven en Gerard Gamelkorn en mijn schildermaatje Eef van Brakel, trok ik weer als vroeger de natuur in. Maar nu was Eef van Brakel mijn schildermaatje i.p.v. mijn vader en het landschap Gelders. Thans schilder ik in mijn atelier abstracte bloemschilderijen en af en toe een landschap. Vrolijke olieverfschilderijen. Alla-prima met mes geschilderd. Alhoewel de jaren gaan tellen, is mijn werk, zegt men, modern te noemen.





